Snotalarm

Het is stil in huis. Te stil. Samen liggen we op de bank. Ik lig te lezen en mijn te stille meisje kijkt naar de tablet televisie. Rode wangen, ogen meer dicht dan open en bij tijd en wijle loopt er een straaltje snot naar beneden. Als je er niet snel bij bent gaat het in een veeg over haar wang. Afhankelijke van haar armbeweging gaat het met pech door haar haren in. Het zat er al aan te komen. Afgelopen avonden en nachten hoestte ze aan de lopende band. Eenmaal begonnen is het moeilijk te stoppen. Slokje water, slokje thee met honing, matras iets schuin omhoog door er een kussentje onder te verstoppen. Het maakt niet uit. Liefdevol op haar rug kloppen wordt beantwoord met ‘zo is het, kuch kuch kuch, goed mam, kuch kuch’.

Vanochtend begon de grote snotneus. Niet zo af en toe haar neus schoon vegen. Nee, dit is lopende band werk. Het gebeurt me dan ook in een uur meerdere keren dat het overal om haar gezicht zit. Dit zou anders moeten kunnen. We spreken een code af. Als zij snot voelt mag ze ‘snotalarm’ roepen. En als mama niet direct aan komt rennen… Dan mag je ‘snotalarm’ schreeuwen. De hele dag ben ik degene die snotalarm roept. Vervolgens ga ik als een kip zonder kop door het huis heen, want waar zijn die zakdoekjes gebleven?

Nu liggen we dus op de bank. Zakdoeken binnen bereik en met een kleine handeling ben ik er steeds op tijd bij. Ik staar naar buiten. De hele dag regent het al en op dit moment zie je de regen met de wind naar beneden vallen. Best een mooi gezicht. Toch geniet ik er niet van. Op de bank ligt een hoge stapel boeken. Hij lijkt met de minuut hoger te worden. Dat zijn de bibliotheek boeken van dochterlief. En die moeten écht vandaag naar de bieb. We hebben al een boete. Maar die kleine dame kan zo echt niet mee en die grote dame heeft geen bal zin in de fiets+regen=nat combi.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Door een fijne kortdurende oppas constructie zit ik even later toch op de fiets. Ach, het valt best wel mee denk ik nog. Het regent, maar ik ben zeker niet nat geregend wanneer ik bij de bieb aan kom. De boeken ingeleverd, 9 nieuwe voorleesboeken en 1 plaatjesboek weer in de tas. Met een stevige pas loop ik de bibliotheek uit en sta ik ineens abrupt stil. Het plenst, dikke druppen vallen met een noodvaart uit de lucht. Ik denk aan mijn meisje en de boeken die ik haar beloofd heb en nog meer aan het feit dat mijn oppas constructie kortdurend was. Hup de fiets op.

Het zal ook niet denk ik mopperend. Mijn haar is ondertussen zo nat dat ik met de druppels ook mijn cremespoeling proef. Ineens moet ik grinniken en besef ik hoelang het geleden is dat ik überhaupt op de fiets zat terwijl het regende. Het verwende auto meisje regent ook eens nat. Mijn wimpers knipperen zich een ongeluk om al het wateroverlast aan te kunnen. Snel parkeer ik de fiets naast het huis. Dochter roept verontwaardigd dat ik veel te snel weer thuis ben. Ik loop naar haar toe en haal de stapel boeken uit de tas. Een hele reeks ‘Karel en Kaatje‘ boeken. Haar ogen lichten op en er komt een grijns op haar gezicht. Al mijn regen gedachten vervliegen als sneeuw voor de zon. Op weg naar de badkamer druk ik de waterkoker aan. In een lekkere ‘homie’ broek, met een mok thee in mijn handen en rode wangen van mijn buiten avontuur plof ik neer op ons schaapje (heerlijk kleedje waar we niet vanaf komen). Klaar voor de voorleesmarathon.

boek-lezen

2 Comments

  • Suzan 30 januari 2015 at 08:17

    ‘Vind-ik-leuk’! Je schrijft ook zó herkenbaar! 🙂

    • Jiska 30 januari 2015 at 10:19

      Hihi, kon je de vind ik leuk knop niet vinden Suzan :p Dankjewel 😀

Leave a Comment