Ik schrik, jij schrikt, wij zijn geschrokken…

Ben je wel eens geschrokken? Ik bedoel echt geschrokken?

Mij laat je makkelijk schrikken. Of ik heb een heel slecht geweten of ik ben angstig aangelegd. Het is niet dat ik altijd bang ben. En zelfs niet altijd alert. Toch was het toen ik klein was voor sommige vriendjes en vriendinnetjes gewoon een spelletje. Het was leuk om mij te laten schrikken. Want… Ik gil. Ik slaak een echt gil. Hoog en hard. Als een basisschool/ middelbare school meisje overkwam me dat ook nog wel eens bij een spannende film. Dat voelde altijd gênant. Gelukkig ben ik daar overheen gegroeid in de pubertijd.

Een paar dagen geleden ging ik met mijn meisje naar het museum. We waren uitgekeken en besloten te gaan wandelen in het nabijgelegen park. We liepen op de stoep. Haar handje in de mijne. In haar andere handje een kaasbol. Druk knabbelend en kletsend moesten we zo nu en dan stoppen om naar de bouwvakkers met hun grote kraan te kijken. Geen haast, alle tijd om te treuzelen. We staken over en we keken nog een keer naar de werkende mannen. De bouwvakkers zwaaiden, wij zwaaiden terug. We draaiden ons om en liepen richting het zebrapad. We begonnen de straat in te kijken. Geen auto’s? Nee. Geen fietsers? Nee. Bus? Nee. Vrachtauto? Nee. We gaan altijd een hele rij bij langs, soms komt er ook nog een giraffe of krokodil tussendoor. Dan moet ze altijd lachen en zegt ze ‘nee, gekke mama’. Er kwam helemaal niks aan, zelfs geen olifant. Dus we sjokten het zebrapad op. Haar warme handje nog steeds in het mijne. Kijkend naar het park voor ons. Totdat iets in mijn ooghoek opdoemde. Ik keek naar links, sprong naar achter en trok daarbij hard aan haar kleine handje. Ze viel om, moest huilen en ik deed even helemaal niks. Ik stond daar met nog steeds mijn kleine meisje aan mijn hand, voelde mijn hart kloppen, had tranen in mijn ogen en was buiten adem.

In die fractie van een seconde hoor ik een auto met piepende banden remmen. Dat was niet de auto die bijna over ons heen reed. Die keek ik na, ze hield even in nadat ze bijna over ons heen gereden was en besloot toen door te rijden. Ik zie ze nog zitten een deftige meneer en een deftige mevrouw in hun deftige auto. Het geschrokken gezicht van de meneer. De mevrouw die niks in de gaten had. Ik stond nog steeds stil en keek in die andere auto, de auto die een noodstop maakte. Ze keek mij ook aan, ik schudde nee en haalde mijn schouders op, zij deed hetzelfde. Toen kwam in me op dat niets in deze situatie zou veranderen als ik niet in beweging kwam. Daar liep ik, hand in hand met mijn kleine meisje, het stomme zebrapad over. De mevrouw in de auto knikte bemoedigend naar me, ze wachtte tot ik veilig aan de overkant was en stak haar hand nog op als groet. Ik knikte ter bevestiging. Veilig op de stoep, nog een paar extra stappen genomen om niet meer dicht bij de weg te zijn, ga ik door mijn knieën. Mama was heel erg geschrokken zeg ik en knuffel haar. Na een tijdje probeert ze zich los te wurmen. Mama heeft nog een klein beetje extra liefde nodig zeg ik. Ze stort zich in mijn armen en ik hoor haar lieve zachte stemmetje, I love you mama…

No Comments

Leave a Comment