Op avontuur in de Delleboersterheide

Waar gaan we heen mam? We gaan op avontuur lievie. Oke, zegt ze vrolijk. En ik grijns. Het is voor haar normaal geworden om op avontuur te gaan. Dat behoeft geen verdere vragen. Met haar voet drukt ze het zijraampje van mijn kevertje open. De wind waait om ons heen. Niet koud, niet warm, wel fris. Brrr… Dat vind ik wel koud hoor die wind in ons auto. Zij drukt het raampje nog wat verder open en glimlacht. Ik zeg niks, dat werkt het snelst. Ik staar naar de weg. Ik doe hem wel dicht hoor mam, dan moet jij jou raam ook dicht doen he. Dat gaat niet meer, de knop is van het raam gebroken. Ik probeer het raampje in het rubber te duwen en we houden niets anders over dan gesuis en gepiep. Ik druk het raampje weer wat open. De benzinemeter speelt ook weer een spelletje. Hij gaat mee op hoe hard ik rijd. Ga ik harder heb ik meer benzine, ga ik langzaam doet de kever alsof hij heel erg dorst heeft. Hoeveel benzine ik dan nog heb? Geen idee, het is altijd een beetje een verrassing. Ik vertrouw er op dat mijn kevertje mij brengt waar ik zijn wil.

Met een olifantendraai rijd ik de kever de parkeerplaats op. Ik maak haar gordel los en zij doet ondertussen de deur al open. Nope, geen kinderslot in de kever. Ze zit voorin en kan eigenhandig de deur open maken. Ze klimt naar beneden en zwaait de deur open. Ze blijft even op de treeplank staan, dat vind ze altijd leuk. We zijn bij de Delleboersterheide. Ik heb iets met dit natuurgebied. Het is zo afwisselend, zand en heide, bos en water, gras en zompig. Er loopt een route van 3 km en volgens mij is dat excl het stuk van de parkeerplaats naar het hekje waar je het natuurgebied binnen gaat.

Met een tas vol taartjes en cakejes vertrekken we. Ik ben dol op de herfst, het kleurenspel is zo mooi. Als ik even kan ben ik dan ook in de natuur te vinden. Zij rent voor me uit. Laarsjes ritselen door het gras. Kleine gele blaadjes dwarrelen naar beneden en de wind waait om ons heen. Eenmaal door het hekje klimmen we eerst omhoog. Boven op de heuvel staat een bankje en daar gaan we zitten voor ons eerste taartje. Je hebt daar mooi uitzicht over het natuurgebied. We zien de schapen in het weiland verder op. Net wat dichterbij de koeien met hun puntige horens en lange haren. Achter ons de heide. We zeggen niks, we eten en kijken. Ze draait rond over het bankje om alles te kunnen zien. Gaat staan, dat is toch weer een ander perspectief. En dan beginnen we aan onze tocht.

We klimmen in bomen. We lopen door het zand. We ontdekken pootafdrukken van de koeien, van paarden en van vogels. Van paarden? We gaan op onderzoek uit? Wonen er hier ook paarden mam? We volgen de hoefafdrukken en ineens zie ik in de verte een staart zwiepen. Door het tegenlicht van de zon zijn de paarden moeilijk te onderscheiden. Ze staan tussen de bomen in de verte. We lopen en sluipen steeds wat dichterbij. Stil zijn fluister ik. En dan zie ik dat ze op haar tenen gaat lopen. Ik glimlach. Dan blijft ze staan. Ik loop nog wat verder. Zij blijft toch staan. Ik maak een foto en loop terug. Ik vind het spannend mam, zegt ze. Ik pak haar hand en we gaan terug naar het pad. In de verte zien we een bankje in het zonnetje. Wie het eerst bij het bankje is mag het eerst een taartje kiezen. We rennen, we giebelen, rennen verder, ik houd me in en snel haar een stukje voorbij en houd weer in. Zij is als eerst bij het bankje en klimt er met een triomfantelijk gezicht op. We eten weer in stilte, allebei starend naar het mooie herfstlandschap. Dan spelen we een spelletje. Om beurten mogen we een dwarrelend blaadje in de lucht aanwijzen, we volgen het blaadje tot aan de grond en als het blaadje de grond raakt roepen we JOEPIE!

We komen in het bos. Ik vind het spannend in het bos! Wat er spannend is dat weet ze niet. Dus we zingen. We zingen heel hard. Poesje mauw! We komen twee wandelaars tegen en ze lachen en ze zwaaien. Zijn we al bijna uit het bos? Nog een klein stukje lieve. Dus nog een liedje. Dan komen we bij het water. Een houten steigerbruggetje gaat er overheen. Het ligt in de zon en ik ga lekker zitten. Zij is druk in de weer. Zoekt blaadjes die in het water bootjes worden, eikeltjes die onderzeeërs zijn. De bootjes gaan met de stroom en de wind mee. Na een tijd ligt er een hele stroom bootjes, zo ver als we kijken zien we ze gaan.

We beginnen aan het laatste stuk, door de grasweiden. De kleine beentjes worden moe en we wisselen af met knuffeltillen en wandelen. We naderen de koeien. In de verte zie ik al dat de hele kudde verspreid staat over onze route. Verstandelijk zeg ik tegen mezelf dat ze deze koeien echt niet in het natuurgebied laten als het niet veilig is. Mijn gevoel schreeuwt het blijven dieren. Mijn stem zegt kijk daar zijn de koeien lievie. Ik vind het spannend, roept ze. Ik ook zeg ik tegen haar. Samen kunnen we dit. Ik zet haar op de grond en geef haar een hand. Zij kijkt naar me op. Ik knik naar haar. We blijven rustig en kijken goed naar wat de koeien doen zeg ik. Zij knikt. En daar gaan we. Zo nu en dan blijven we staan en kijken we naar wat de koeien doen. Die zijn met de hele kudde zich aan het verplaatsen en gaan dwars door het water heen. Ze staan er tot aan hun knieën in en drinken. Ze bewegen heel langzaam en kijken ons zo nu en dan aan. Het is een mooi en indrukwekkend gezicht. Ik kijk naar haar. Enthousiaste ogen staren, een glimlach op haar gezicht. We vinden het niet meer spannend. We lopen fluisterend, dat wel, tussen de koeien door. Klimmen de heuvel op en zitten daar weer op het bankje. Met ons laatste taartje en wat te drinken. Dan verzamel ik de spullen, gooi de rugzak op mijn rug, zet haar op mijn schouders en met de pas er in loop ik terug. Als we voorbij het hek zijn zet ik haar op de grond. Zie je daar in de verte die balk lievie, dat is waar de parkeerplaats is. Als je gaat lopen komt de balk steeds dichterbij en voor je het weet zijn we er al. Ze kijkt me aan en rent voor me uit. Je moet hup tegen me zeggen. Hup meissie, hup meissie roep ik. We rennen de graafmachine voorbij, hij lacht en ik zwaai.

Dan zijn we bij de balk. Mam, maak je een foto als ik er overheen klim. Ja hoor meis. Zij klimt en zij valt. We lachen. Dan zijn er ineens twee wandelaars, aangestoken door ons gelach vragen ze ons of we anders samen op de foto willen. Natuurlijk willen we dat.

Met een zwaai zet ik haar in de auto stoel. Ik plof ook in de stoel. Hoe was het avontuur? Spannend! zegt ze. Wat was er spannend, de koeien he mam. Ja die waren best een beetje spannend. Spannend vind ik ook wel leuk met een avontuurtje zegt ze. Ik lach. Spannend hoort wel een beetje bij een avontuur zeg ik tegen haar. Ja zegt ze knikkend.

Als je even mee wil genieten van ons avontuur kijk dan nog even naar de prachtige herfstfoto’s van onze wandeling. Of nog beter ga het zelf ontdekken op de Delleboersterheide!

20151026_130910

20151026_132437

20151026_135620

20151026_135149

20151026_140232

20151026_141840

20151026_144638

20151026_144705

20151026_145502

20151026_145918

20151026_150038

20151026_150647

20151026_151114

20151026_152451

20151026_154116

20151026_155055

20151026_155220

Posted in Klein geluk, Mama, Reizen and tagged , , , , , , , , , , , , , .

Geef een reactie